Al voor het overlijden van mijn man hoorde ik over het Rouwcafé. Ondanks ruim acht jaar intensieve mantelzorg kon ik mij nog geen enkele voorstelling maken van het gevoel van het voor altijd kwijt zijn van mijn geliefde. Maar toch was er het besef dat ik dat Rouwcafé wel eens hard nodig zou kunnen hebben.
Al een maand na Albert’s overlijden ging ik er voor het eerst naar toe, op zoek naar mensen die hetzelfde hadden meegemaakt, op zoek naar handvatten over hoe verder met mijn leven,op zoek naar een plek om mijn hart te luchten. Dat is nu al drie jaar geleden en nog altijd voorziet het in die behoefte.

Na drie jaar is de pijn zachter, gaat die minder tot op het bot. En gaande dat proces leer je de pijnlijke dingen te zeggen, te dúrven zeggen. Leer je dat iedere bezoeker haar of zijn eigen ervaringen heeft, ervaringen waar je van leert, verhalen en samenzijn waar je kracht en rust van krijgt.

En dat is nog steeds zo. Nog steeds krijg ik tips en adviezen waarmee ik verder kan. Daarnaast is het ook een gezellige plek om te komen, met koffie, thee en een drankje, een plek waar ook gelachen wordt, waar niets moet en nergens druk op staat.