Boek & Troost in de Goud­se Post

Boek en Troost helpt al tien jaar met rou­wen, maar het is niet alleen kom­mer en kwel: ‘We kun­nen ook met elkaar lachen’

Bron: Goud­se Post
Auteur: Hes­ter Hage

GOUDA • Rou­wen hoef je niet alleen te doen. Met dat idee start­te Boek en Troost in Gouda. Het is inmid­dels al tien jaar een plek waar men­sen hun ver­driet met elkaar kun­nen delen. Maar het is niet alleen maar kom­mer en kwel: ‘We kun­nen ook met elkaar lachen.’

De dood dich­ter­bij het leven bren­gen. Het is een van de doe­len die de stich­ting zich stelt, ver­tel­len vrij­wil­li­gers Anita Stel­laard en Pia Rom­mers. Het begon alle­maal in een win­kel­pand­je aan de Lange Tien­de­weg. Daar cre­ëer­de de stich­ting een plek om elkaar te ont­moe­ten en boe­ken te lenen over rouw en ver­lies.

Met een uit­ver­koch­te zaal in de The­a­ter­bak­ke­rij vier­de de stich­ting samen met 140 gas­ten op woens­dag 28 febru­a­ri het 10-jarig bestaan. Het lus­trum, mede moge­lijk gemaakt door een bij­dra­ge van Goud­apot, werd gevierd met de the­a­ter­voor­stel­ling ‘Op Rouw­toer met Ame­li­ne en Wendy’ en was een groot suc­ces, ver­tel­len Anita en Pia.

Een wan­de­ling, een film kij­ken in het Film­huis en een maan­de­lijks rouw­ca­fé: het zijn enke­le voor­beel­den van acti­vi­tei­ten waar lot­ge­no­ten elkaar kun­nen ont­moe­ten. Iede­re maan­dag­avond is er een inloop­avond, een plek om boe­ken te lenen, maar ook een plek voor een praat­je, soep met een brood­je of een kopje kof­fie.

  • Er moe­ten men­sen zijn

    van Toon Hermans

    Er moeten mensen zijn
    die zonnen aansteken,
    voordat de wereld verregent.

    Mensen die zomervliegers oplaten
    als het ijzig wintert,
    en die confetti strooien
    tussen de sneeuwvlokken.

    Die mensen moeten er zijn.

    Er moeten mensen zijn
    die aan de uitgang van het kerkhof
    ijsjes verkopen,
    en op de puinhopen
    mondharmonica spelen.

    Er moeten mensen zijn,
    die op hun stoelen gaan staan,
    om sterren op te hangen
    in de mist.
    Die lente maken
    van gevallen bladeren,
    en van gevallen schaduw,
    licht.

    Er moeten mensen zijn,
    die ons verwarmen
    en die in een wolkeloze hemel
    toch in de wolken zijn
    zo hoog
    ze springen touwtje
    langs de regenboog
    als iemand heeft gezegd:
    kom maar in mijn armen

    Bij dat soort mensen wil ik horen
    Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

    Er moeten mensen zijn
    die op het grijze asfalt
    in grote witte letters
    LIEFDE verven
    Mensen die namen kerven
    in een boom
    vol rijpe vruchten
    omdat er zoveel anderen zijn
    die voor de vlinders vluchten
    en stenen gooien
    naar het eerste lenteblauw
    omdat ze bang zijn
    voor de bloemen
    en bang zijn voor:
    ik hou van jou

    Ja,
    er moeten mensen zijn
    met tranen
    als zilveren kralen
    die stralen in het donker
    en de morgen groeten
    als het daglicht binnenkomt
    op kousenvoeten

    Weet je,
    er moeten mensen zijn,
    die bellen blazen
    en weten van geen tijd
    die zich kinderlijk verbazen
    over iets wat barst
    van mooiigheid
    Ze roepen van de daken
    dat er liefde is
    en wonder
    als al die anderen schreeuwen:
    alles heeft geen zin
    dan blijven zij roepen:
    neen, de wereld gaat niet onder
    en zij zien in ieder einde
    weer een nieuw begin
    Zij zijn een beetje clown,
    eerst het hart
    en dan het verstand
    en ze schrijven met hun paraplu
    i love you in het zand
    omdat ze zo gigantisch
    in het leven opgaan
    en vallen
    en vallen
    en vallen
    en OPSTAAN

    Bij dát soort mensen wil ik horen
    die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
    de muziek gaat DOOR
    de muziek gaat DOOR
    en DOOR