De kraan­vo­gels vlie­gen naar het zui­den

Auteur: Liza Rid­zén

‘De kraan­vo­gels vlie­gen naar het zui­den’ is de debuut­ro­man van Liza Rid­zén.

Dit is het ver­haal over de laat­ste zomer van de 89-jarige Bo, die meer en meer aan krach­ten ver­liest en meer en meer afhan­ke­lijk wordt van de thuis­zorg.

Bo, vroe­ger een arbei­der op een hout­za­ge­rij in het noor­den van Zwe­den, voelt dat zijn lichaam het lang­zaam maar zeker begeeft. Hij zegt: “Mijn lichaam draagt me niet meer.“

Bo woont alleen met zijn trou­we hond Six­ten in een huis met tuin en bos­sen om hem heen. Maar Six­ten wil­len ze van hem afne­men. Zijn zoon Hans vindt de situ­a­tie onvei­lig.

Fre­de­ri­ka, de vrouw van Bo is met demen­tie­ver­schijn­se­len opge­no­men in het ver­zor­gings­huis. Na haar opna­me heeft Bo troost en hou­vast aan zijn hond Six­ten, de bezoek­jes van de thuis­zorg, de weke­lijk­se tele­foon­ge­sprek­ken met zijn enige vriend Ture, en de doos met daar­in de oude sjaal van Fre­de­ri­ka — haar geur.

Om de gro­ter wor­den­de leeg­te op te vul­len duikt Bo in zijn her­in­ne­rin­gen en zo wordt Bo de ver­tel­ler van het ver­haal. Het zijn aan­grij­pen­de her­in­ne­rin­gen aan vroe­ger. Aan de moei­za­me rela­tie met zijn vader en de grote lief­de die hij voor zijn moe­der voel­de, aan de vader die hij graag zou wil­len zijn voor zijn zoon, maar wat niet echt lukt. Drie gene­ra­ties vaders. De bespie­ge­lin­gen nemen steeds meer de plaats in van het echte leven.

Uit­ein­de­lijk slaapt Bo kalm in. Hij ziet er vre­dig uit en heeft geen pijn. Zijn hand rust op Six­ten, die naast hem ligt. “Ingrid [thuis­zorg]: Ik steek een kaars aan en bel Hans [zoon].”

Een mooi geschre­ven, diep ont­roe­rend boek over ouder wor­den, over fami­lie en vriend­schap, over de spe­ci­a­le band tus­sen mens en dier, regie hou­den over je eigen leven en over toe­wij­ding. Zui­ver en geloof­waar­dig ver­teld, een roman voor jong en oud. 

Het boek heeft me geraakt en dat deel ik graag. Een aan­ra­der.

  • Je hebt van die dagen …

    Hans Kuyper

    Je hebt van die dagen …

    Dan ben je er niet,

    En dan moet ik iets doen

    Met dat stille verdriet

    Dan pak ik de verfdoos

    En stevig papier,

    Dan maak ik je zelf wel,

    Ik verf je naar hier …

    Penseel in het water,

    Penseel in de doos ….

    Hoe moet ik verder?

    Ik weet al een poos,

    Ik weet al nog voor ik

    Met verven begin:

    Het blauw van je ogen …

    Het zit er niet in.