Je mag mij altijd bel­len

Auteur: Karin Kui­per

Karin Kui­per is begin veer­tig als bij haar man, de schrij­ver Karel Glastra van Loon, een her­sen­tu­mor wordt ont­dekt. Na ander­half jaar over­lijdt hij en ze blijft ach­ter met drie jonge kin­de­ren (2, 4 en 6 jaar).

Karin beschrijft in het boek haar rouw­pro­ces. De weg die ze aflegt zit vol hob­bels en kui­len en wordt extra bemoei­lijkt door wat de dood van hun vader bij de kin­de­ren teweeg­brengt. Na 1000 dagen kijkt ze terug op een peri­o­de van actie­ve rouw, hoe ze moest leren omgaan met ver­driet en moest leren aan­vaar­den dat ze ver­der moest zon­der haar gelief­de.

Qua opzet lijkt het boek een beet­je op een soort dag­boek, maar het leest als een door­lo­pend ver­haal. Karin beschrijft in klei­ne stuk­jes van twee à drie blad­zij­den de hob­bels en kui­len, die ze in haar rouw­pro­ces tegen­komt. Met val­len en opstaan pro­beert ze haar leven weer op de rails te krij­gen. De titel van het boek is ont­leend aan de num­mer één uit de lijst van erger­nis­sen aan goed­be­doel­de opmer­kin­gen en advie­zen van­uit de omge­ving. Zo’n opmer­king laat je met lege han­den ach­ter.

Door de vlot­te manier van schrij­ven laat het boek zich gemak­ke­lijk lezen. Het biedt een boei­end over­zicht van wat iemand, die rouwt om het ver­lies van een gelief­de, zoal kan tegen­ko­men in het rouw­pro­ces. Het is daar­mee een soort reis­gids voor onder­weg gewor­den, een boek voor lot­ge­no­ten, maar ook voor omstan­ders.

Ach­ter­in het boek staan tips voor men­sen die een gelief­de zijn kwijt­ge­raakt en tips voor de omge­ving. Karin geeft ook aan­ra­ders voor web­si­tes, voor kin­der­boe­ken en voor boe­ken voor vol­was­se­nen.

  • Je hebt van die dagen …

    Hans Kuyper

    Je hebt van die dagen …

    Dan ben je er niet,

    En dan moet ik iets doen

    Met dat stille verdriet

    Dan pak ik de verfdoos

    En stevig papier,

    Dan maak ik je zelf wel,

    Ik verf je naar hier …

    Penseel in het water,

    Penseel in de doos ….

    Hoe moet ik verder?

    Ik weet al een poos,

    Ik weet al nog voor ik

    Met verven begin:

    Het blauw van je ogen …

    Het zit er niet in.