Dood

Het laat­ste sta­di­um van inner­lij­ke groei

Uit­spra­ken en menin­gen over dood.

Flap­tekst

Wie de dood ont­kent, loopt het gevaar een doel­loos leven te lei­den. Wan­neer je leeft alsof er nooit een einde aan je bestaan zal komen, kom je er maar al te gemak­ke­lijk toe din­gen uit te stel­len. Je leeft je leven dan als voor­be­rei­ding voor mor­gen of als her­in­ne­ring aan gis­te­ren. Intus­sen gaat van­daag ver­lo­ren. Maar als je ervan door­dron­gen bent dat iede­re dag je laat­ste kan zijn, doe je je best om díé dag te beste­den aan je per­soon­lij­ke groei en de waar­de­vol­le omgang met ande­ren.

Uit­gaan­de van deze over­tui­ging bracht de ver­maar­de psy­chi­a­ter Eli­sa­beth Kübler-Ross uit­spra­ken, menin­gen en denk­beel­den over de dood bij­een. Daar zijn per­soon­lij­ke getui­ge­nis­sen bij van men­sen die nauw betrok­ken zijn geweest bij sterf­ge­val­len, zoals een brief van een ver­pleeg­ster die zich op haar sterf­bed tot haar collega’s richt. Dit boek bevat ech­ter ook beschou­win­gen over hoe in ver­schil­len­de reli­gies over de dood wordt gedacht. Ten slot­te ver­telt Eli­sa­beth Kübler-Ross op indruk­wek­ken­de wijze over haar eigen con­fron­ta­tie met de dood.

Auteur
Elisabeth Kübler-Ross
Publicatiedatum
2006
Uitgever
Ambo
ISBN
9789026319662
Aantal exemplaren
1
Boek lenen?

Voorafgaand aan het Rouwcafé kun je boeken halen of terugbrengen. Ook kun je in overleg een afspraak maken om de boeken in te zien. Ben je niet in de gelegenheid om onze activiteiten te bezoeken, maar wil je wel een boek lenen? Bel ons op tel: 06-17159295 om een afspraak te maken om het boek op te halen.

  • Er moe­ten men­sen zijn

    van Toon Hermans

    Er moeten mensen zijn
    die zonnen aansteken,
    voordat de wereld verregent.

    Mensen die zomervliegers oplaten
    als het ijzig wintert,
    en die confetti strooien
    tussen de sneeuwvlokken.

    Die mensen moeten er zijn.

    Er moeten mensen zijn
    die aan de uitgang van het kerkhof
    ijsjes verkopen,
    en op de puinhopen
    mondharmonica spelen.

    Er moeten mensen zijn,
    die op hun stoelen gaan staan,
    om sterren op te hangen
    in de mist.
    Die lente maken
    van gevallen bladeren,
    en van gevallen schaduw,
    licht.

    Er moeten mensen zijn,
    die ons verwarmen
    en die in een wolkeloze hemel
    toch in de wolken zijn
    zo hoog
    ze springen touwtje
    langs de regenboog
    als iemand heeft gezegd:
    kom maar in mijn armen

    Bij dat soort mensen wil ik horen
    Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

    Er moeten mensen zijn
    die op het grijze asfalt
    in grote witte letters
    LIEFDE verven
    Mensen die namen kerven
    in een boom
    vol rijpe vruchten
    omdat er zoveel anderen zijn
    die voor de vlinders vluchten
    en stenen gooien
    naar het eerste lenteblauw
    omdat ze bang zijn
    voor de bloemen
    en bang zijn voor:
    ik hou van jou

    Ja,
    er moeten mensen zijn
    met tranen
    als zilveren kralen
    die stralen in het donker
    en de morgen groeten
    als het daglicht binnenkomt
    op kousenvoeten

    Weet je,
    er moeten mensen zijn,
    die bellen blazen
    en weten van geen tijd
    die zich kinderlijk verbazen
    over iets wat barst
    van mooiigheid
    Ze roepen van de daken
    dat er liefde is
    en wonder
    als al die anderen schreeuwen:
    alles heeft geen zin
    dan blijven zij roepen:
    neen, de wereld gaat niet onder
    en zij zien in ieder einde
    weer een nieuw begin
    Zij zijn een beetje clown,
    eerst het hart
    en dan het verstand
    en ze schrijven met hun paraplu
    i love you in het zand
    omdat ze zo gigantisch
    in het leven opgaan
    en vallen
    en vallen
    en vallen
    en OPSTAAN

    Bij dát soort mensen wil ik horen
    die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
    de muziek gaat DOOR
    de muziek gaat DOOR
    en DOOR