Ik wens je het onmo­ge­lij­ke

Wie beslist over het leven van je kind?

Het lijkt wel een slacht­of­fer van de Volen­dam­se café­brand, roept vader Edwin als zijn doch­ter Bente in 2001 wordt gebo­ren. Er blijkt iets gron­dig mis te zijn: grote open won­den, het vel van de been­tjes gestroopt. Het zie­ken­huis con­sta­teert al snel dat Bente lijdt aan Epi­der­mo­ly­sis Bul­lo­sa, bla­ren­ziek­te.

Flap­tekst

‘Het lijkt wel een slacht­of­fer van de Volen­dam­se café­brand’, roept vader Edwin als zijn doch­ter Bente in 2001 wordt gebo­ren. Er blijkt iets gron­dig mis te zijn: grote open won­den, het vel van de been­tjes gestroopt. Het zie­ken­huis con­sta­teert al snel dat Bente lijdt aan Epi­der­mo­ly­sis Bul­lo­sa, bla­ren­ziek­te in de volks­mond.

‘Dit wil­len we niet’, weten haar ouders met­een en ze vra­gen om eutha­na­sie. Omdat een pas­ge­bo­re­ne wils­on­be­kwaam is, zou dat ech­ter moord bete­ke­nen. Maar de ouders laten het er niet bij zit­ten. In het zie­ken­huis wordt intus­sen ver­der gedis­cus­si­eerd. Art­sen, ethi­ci, de offi­cier van jus­ti­tie, alle­maal bui­gen zij zich over de vraag: wat als de dood de beste van alle slech­te opties is?

De zaak-Bente kreeg des­tijds inter­na­ti­o­na­le aan­dacht. In Ik wens je het onmo­ge­lij­ke gaat Roos Schlik­ker jaren later op bezoek bij de ouders en spreekt met art­sen en betrok­ke­nen. Van­uit al hun per­spec­tie­ven beschrijft ze een van de groot­ste taboes en zwaar­ste ethi­sche dilem­ma’s.

Auteur
Roos Schlikker
Publicatiedatum
07-11-2011
Uitgever
Nieuw Amsterdam
ISBN
9789046811542
Aantal exemplaren
1
Boek lenen?

Voorafgaand aan het Rouwcafé kun je boeken halen of terugbrengen. Ook kun je in overleg een afspraak maken om de boeken in te zien. Ben je niet in de gelegenheid om onze activiteiten te bezoeken, maar wil je wel een boek lenen? Bel ons op tel: 06-17159295 om een afspraak te maken om het boek op te halen.

  • Er moe­ten men­sen zijn

    van Toon Hermans

    Er moeten mensen zijn
    die zonnen aansteken,
    voordat de wereld verregent.

    Mensen die zomervliegers oplaten
    als het ijzig wintert,
    en die confetti strooien
    tussen de sneeuwvlokken.

    Die mensen moeten er zijn.

    Er moeten mensen zijn
    die aan de uitgang van het kerkhof
    ijsjes verkopen,
    en op de puinhopen
    mondharmonica spelen.

    Er moeten mensen zijn,
    die op hun stoelen gaan staan,
    om sterren op te hangen
    in de mist.
    Die lente maken
    van gevallen bladeren,
    en van gevallen schaduw,
    licht.

    Er moeten mensen zijn,
    die ons verwarmen
    en die in een wolkeloze hemel
    toch in de wolken zijn
    zo hoog
    ze springen touwtje
    langs de regenboog
    als iemand heeft gezegd:
    kom maar in mijn armen

    Bij dat soort mensen wil ik horen
    Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

    Er moeten mensen zijn
    die op het grijze asfalt
    in grote witte letters
    LIEFDE verven
    Mensen die namen kerven
    in een boom
    vol rijpe vruchten
    omdat er zoveel anderen zijn
    die voor de vlinders vluchten
    en stenen gooien
    naar het eerste lenteblauw
    omdat ze bang zijn
    voor de bloemen
    en bang zijn voor:
    ik hou van jou

    Ja,
    er moeten mensen zijn
    met tranen
    als zilveren kralen
    die stralen in het donker
    en de morgen groeten
    als het daglicht binnenkomt
    op kousenvoeten

    Weet je,
    er moeten mensen zijn,
    die bellen blazen
    en weten van geen tijd
    die zich kinderlijk verbazen
    over iets wat barst
    van mooiigheid
    Ze roepen van de daken
    dat er liefde is
    en wonder
    als al die anderen schreeuwen:
    alles heeft geen zin
    dan blijven zij roepen:
    neen, de wereld gaat niet onder
    en zij zien in ieder einde
    weer een nieuw begin
    Zij zijn een beetje clown,
    eerst het hart
    en dan het verstand
    en ze schrijven met hun paraplu
    i love you in het zand
    omdat ze zo gigantisch
    in het leven opgaan
    en vallen
    en vallen
    en vallen
    en OPSTAAN

    Bij dát soort mensen wil ik horen
    die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
    de muziek gaat DOOR
    de muziek gaat DOOR
    en DOOR