Omgaan met gestor­ve­nen

Leven voor­bij de dood

Der­tien essays dra­gen aar­di­ge dis­cus­sie­stof aan voor chris­te­nen die inner­lijk ver­der wil­len met een al dan niet gelief­de over­le­de­ne.

Samen­vat­ting

In ‘Omgaan met gestor­ve­nen. Leven voor­bij de dood’ laten Hans Stolp en Mar­ga­re­te van den Brink zien hoe de rela­tie van een over­le­de­ne met de ach­ter­blij­ver blijft bestaan.

Wan­neer iemand met wie we ver­bon­den zijn sterft, komen er vra­gen op ons af als: Waar is de ander nu? Is er leven na de dood, en zo ja, hoe ziet dat er dan uit? Is de ver­bin­ding tus­sen mij en de ander nu defi­ni­tief ver­bro­ken of blijft er ook nu nog een vorm van con­tact en een ver­bin­ding in lief­de moge­lijk?

Niet alleen in de oos­ter­se tra­di­tie, ook in de wes­ter­se spiritueel-christelijke tra­di­tie is er van ouds­her veel bekend over het nieu­we leven dat de gestor­ve­ne na de dood bin­nen­treedt. De dood wordt gezien als een geboor­te, als het begin van een nieuw leven in de gees­te­lij­ke wereld.

In ‘Omgaan met gestor­ve­nen’ ver­tel­len Hans Stolp en Mar­ga­re­te van den Brink hoe het ver­der­gaan­de leven voor­bij de dood er vol­gens die eso­te­ri­sche tra­di­tie uit­ziet. Zij laten zien welke ont­wik­ke­ling de gestor­ve­ne in dat nieu­we leven door­maakt en hoe hij of zij stap voor stap toe­groeit naar de steeds ver­de­re ont­plooi­ing van het gees­te­lij­ke licht­we­zen dat ieder mens in wer­ke­lijk­heid is.

Op die reis door de gees­te­lij­ke wereld blijft de rela­tie van de over­ge­ga­ne met de ach­ter­ge­ble­ve­nen bestaan. Die rela­tie wordt gesteund en gedra­gen door de lief­de die haar of hem vanaf de aarde wordt toe­ge­dra­gen. Zij kan ech­ter ook gehin­derd wor­den door de onmacht, de woede of het niet los­la­ten­de ver­driet van hen die ach­ter­ble­ven.

Meer dan wij besef­fen kun­nen wij, die ach­ter­blij­ven, invloed uit­oe­fe­nen op die tocht en dus op het leven van hen die in het hier­na­maals ver­blij­ven. Omge­keerd heb­ben dege­nen die na de dood in de gees­te­lij­ke wereld leven grote invloed op de weg die wij men­sen hier op aarde gaan.

Auteur
Hans Stolp, Margarete van den Brink
Publicatiedatum
2007
Uitgever
Uitgeverij Ankhhermes
ISBN
9789020211757
Aantal exemplaren
1
Categorie
Diversen
Boek lenen?

Voorafgaand aan het Rouwcafé kun je boeken halen of terugbrengen. Ook kun je in overleg een afspraak maken om de boeken in te zien. Ben je niet in de gelegenheid om onze activiteiten te bezoeken, maar wil je wel een boek lenen? Bel ons op tel: 06-17159295 om een afspraak te maken om het boek op te halen.

  • Er moe­ten men­sen zijn

    van Toon Hermans

    Er moeten mensen zijn
    die zonnen aansteken,
    voordat de wereld verregent.

    Mensen die zomervliegers oplaten
    als het ijzig wintert,
    en die confetti strooien
    tussen de sneeuwvlokken.

    Die mensen moeten er zijn.

    Er moeten mensen zijn
    die aan de uitgang van het kerkhof
    ijsjes verkopen,
    en op de puinhopen
    mondharmonica spelen.

    Er moeten mensen zijn,
    die op hun stoelen gaan staan,
    om sterren op te hangen
    in de mist.
    Die lente maken
    van gevallen bladeren,
    en van gevallen schaduw,
    licht.

    Er moeten mensen zijn,
    die ons verwarmen
    en die in een wolkeloze hemel
    toch in de wolken zijn
    zo hoog
    ze springen touwtje
    langs de regenboog
    als iemand heeft gezegd:
    kom maar in mijn armen

    Bij dat soort mensen wil ik horen
    Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

    Er moeten mensen zijn
    die op het grijze asfalt
    in grote witte letters
    LIEFDE verven
    Mensen die namen kerven
    in een boom
    vol rijpe vruchten
    omdat er zoveel anderen zijn
    die voor de vlinders vluchten
    en stenen gooien
    naar het eerste lenteblauw
    omdat ze bang zijn
    voor de bloemen
    en bang zijn voor:
    ik hou van jou

    Ja,
    er moeten mensen zijn
    met tranen
    als zilveren kralen
    die stralen in het donker
    en de morgen groeten
    als het daglicht binnenkomt
    op kousenvoeten

    Weet je,
    er moeten mensen zijn,
    die bellen blazen
    en weten van geen tijd
    die zich kinderlijk verbazen
    over iets wat barst
    van mooiigheid
    Ze roepen van de daken
    dat er liefde is
    en wonder
    als al die anderen schreeuwen:
    alles heeft geen zin
    dan blijven zij roepen:
    neen, de wereld gaat niet onder
    en zij zien in ieder einde
    weer een nieuw begin
    Zij zijn een beetje clown,
    eerst het hart
    en dan het verstand
    en ze schrijven met hun paraplu
    i love you in het zand
    omdat ze zo gigantisch
    in het leven opgaan
    en vallen
    en vallen
    en vallen
    en OPSTAAN

    Bij dát soort mensen wil ik horen
    die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
    de muziek gaat DOOR
    de muziek gaat DOOR
    en DOOR