Auteur: Mar­jo­lei­ne de Vos

Hoe kon ze zich ineens, ter­wijl hij op zijn sterf­bed ligt, zo ver­bon­den voe­len met haar jong­ste broer Huub. Een broer met wie ze altijd al mede­lij­den had. Ze kon niet accep­te­ren dat hij in haar ogen een mis­lukt leven had. Bui­ten de inge­wik­kel­de band tus­sen broers en zus­sen vond zij haar broer zie­lig. Ze kon zich geen gelij­ke met hem voe­len.

Accep­te­ren dat iemand een leven leidt zoals hij nu een­maal doet, ook als er veel din­gen mis­gaan. Zelfs als iemand dui­de­lijk niet geluk­kig is, zijn mede­do­gen en empa­thie al een veel bete­re ingang dan mede­lij­den en ver­oor­de­len, erkent ze later.

Ze had hem al heel vroeg ver­lo­ren, haar jong­ste broer­tje. Maar met zijn ter­mi­na­le ziek­te en zijn opna­me in het hos­pi­ce komt de nabij­heid tus­sen hen terug, de licha­me­lij­ke ver­trouwd­heid van toen. “Ik ben hier lie­ver niet alleen”, bericht hij haar. En ze blijft bij hem. Grote zus en klei­ne broer­tje. “We zijn weer terug bij ooit.”

Een prach­tig boek­je over hoe inge­wik­keld ver­hou­din­gen en ver­bin­din­gen in fami­lie­ver­band kun­nen zijn. Op dit moment ervaar ikzelf een ver­ge­lijk­ba­re situ­a­tie en dit boek bracht mij veel inzicht en troost.