Gedicht van de maand
Elke maand delen we een gedicht dat ons raakt
Eén keer per maand plaatsen we een gedicht dat door een van de vrijwilligers is gelezen en in het bijzonder aangesproken heeft.
Afscheid nemen
Is met zachte vingers
wat voorbij is dichtdoen
en verpakken
in goede gedachten der herinnering.
Is verwijlen
bij een brok leven
en stilstaan op de pieken
van pijn en vreugde.
Afscheid nemen
is met dankbare handen
weemoedig meedragen
al wat waard is
niet te vergeten …
Is moeizaam
de draden losmaken
en uit het spinrag
der belevenissen loskomen
en achterlaten
en niet kunnen vergeten …
Dietrich Bonhoeffer
van Toon Hermans
Er moeten mensen zijn
die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.
Mensen die zomervliegers oplaten
als het ijzig wintert,
en die confetti strooien
tussen de sneeuwvlokken.
Die mensen moeten er zijn.
Er moeten mensen zijn
die aan de uitgang van het kerkhof
ijsjes verkopen,
en op de puinhopen
mondharmonica spelen.
Er moeten mensen zijn,
die op hun stoelen gaan staan,
om sterren op te hangen
in de mist.
Die lente maken
van gevallen bladeren,
en van gevallen schaduw,
licht.
Er moeten mensen zijn,
die ons verwarmen
en die in een wolkeloze hemel
toch in de wolken zijn
zo hoog
ze springen touwtje
langs de regenboog
als iemand heeft gezegd:
kom maar in mijn armen
Bij dat soort mensen wil ik horen
Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
Er moeten mensen zijn
die op het grijze asfalt
in grote witte letters
LIEFDE verven
Mensen die namen kerven
in een boom
vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn
die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien
naar het eerste lenteblauw
omdat ze bang zijn
voor de bloemen
en bang zijn voor:
ik hou van jou
Ja,
er moeten mensen zijn
met tranen
als zilveren kralen
die stralen in het donker
en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt
op kousenvoeten
Weet je,
er moeten mensen zijn,
die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst
van mooiigheid
Ze roepen van de daken
dat er liefde is
en wonder
als al die anderen schreeuwen:
alles heeft geen zin
dan blijven zij roepen:
neen, de wereld gaat niet onder
en zij zien in ieder einde
weer een nieuw begin
Zij zijn een beetje clown,
eerst het hart
en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu
i love you in het zand
omdat ze zo gigantisch
in het leven opgaan
en vallen
en vallen
en vallen
en OPSTAAN
Bij dát soort mensen wil ik horen
die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
de muziek gaat DOOR
de muziek gaat DOOR
en DOOR
van Ted van Lieshout
Aan de randjes ging hij langzaam dood
Ik zag het door de lakens heen en wilde vragen
of hij pijn had, maar ik durfde niet.
Wat moest ik doen? Een leuk verhaal vertellen
om hem op te beuren en zo verklappen
wat hij had gemist? Hem troosten met het wereldleed?
Ik streelde zijn wang en zweeg en wij keken
een beetje langs elkaar heen, bang
voor onze ogen die we niet begrijpen wilden.
Hij kreeg haartjes op zijn kin. Zonder na te denken
liet ik ze hem in een spiegel zien.
Hij zocht zichzelf. Ik beefde haast van spijt.
Hij wilde geen bezoek meer. Wij waren gekwetst.
Hij hield alvast maar wat minder van ons.
Dan viel het afscheid niet zo zwaar. Dat weet ik nu.
De baard kwam niet meer af. Ik herken zijn stem nog
soms, als ik lach. Dan luister ik geschrokken,
maar alleen in de stilte is er iets voorgoed voorbij.
vandaag is het stil
het werd licht
zoals gisteren
alsof het niets is
vandaag is het stil
vandaag ontmoeten
toen en nu
elkaar weer
vandaag is het stil
om te overdenken wat je
niet meer zeggen kan
ruimte om herinneringen
voor het grijpen op te bergen
vandaag is het stil
droevig en mooi tegelijk
vandaag kan ook
een traan
een beetje lachen
een klein beetje
jawel
weet je nog van toen
Het leven is sindsdien verdergegaan
maar vergat mij mee te nemen
en liet me erbuiten staan.
Ik bezie ‘t van een afstand
maar ‘t raakt me niet echt
ik voel me met de dood verwant.
Veel mensen om mij heen
kunnen het verdriet niet langer delen
en laten mij daarin alleen.
Zo bouwen ze muren van stilte
waarin ik me gevangen voel
en die mij omgeven met kilte.
Ze beseffen niet hoe dat is
hoe gebroken mijn bestaan
hoe vol van leegte en gemis.
Ik weet, ik kan niet altijd troost verwachten
maar door er gewoon te zijn
kunnen ze wel de pijn verzachten.
Het is niet, dat ik me beklaag
immers ik wil geen medelijden,
‘t is alleen wat warmte wat ik vraag.
Kokkie Jonkers
Ik ben er even uit,
uit de sleur en het gevang;
verlost van gedachten,
denkend zonder besluit.
Even weg van hier,
daar waar jij ook niet bent
ben ik in het hier-en-nu,
hier waar ik vakantie vier.
Ontsnapt in het moment;
nu in plaats van later
spreekt de waarheid me aan,
ben ik er niet aan gewend.
Ik laat alles dat verwart,
bang om te vergeten
terwijl de tijd vervliegt,
blijf jij helder in mijn hart.
Geschreven door Daniel tijdens zijn vakantie
Goed werk: water worden,
wortels van planten intrekken
trekvogels vullen met groen,
groeten doen naar beneden;
ach, ik zal dood wel tevreden
en vreselijk veel moeten doen.
Leo Vroman
“k Heb voor de dood al meer dan eens een lief gedicht geschreven
ik neem hem weer eens op mijn schoot
hij hoort zo bij het leven
ik weet nog hoe bang ik was als kind
wat heb ik ‘m geknepen
hij was mijn vijand, nu mijn vriend
nu heb ik hem begrepen
hij heeft mij zijn geheim verteld
en zo ben ik mijn angst ontgroeid
voor mij is hij een open veld
waar hemelhoog het voorjaar bloeit.
TOON HERMANS
Waarom liet ik de lichtjes nog niet even aan?

