Gedich­ten

Vind troost in een gedicht

Gedich­ten zijn een mooie manier om het ver­lies van een dier­ba­re te ver­wer­ken. Op deze pagi­na delen we diver­se gedich­ten over o.a. de dood, ver­lies, ver­driet, rouw en gemis.

De dood

“k Heb voor de dood al meer dan eens een lief gedicht geschre­ven
ik neem hem weer eens op mijn schoot
hij hoort zo bij het leven
ik weet nog hoe bang ik was als kind
wat heb ik ‘m gekne­pen
hij was mijn vij­and, nu mijn vriend
nu heb ik hem begre­pen
hij heeft mij zijn geheim ver­teld
en zo ben ik mijn angst ont­groeid
voor mij is hij een open veld
waar hemel­hoog het voor­jaar bloeit.

 

TOON HERMANS

Een gat in de fami­lie

Er is een gat in de fami­lie
 
Het gat is niet te dich­ten.
Het zal er altijd zijn.
En naast dat het ver­drie­tig is,
voelt het ergens ook wel fijn.
 
Want jij blijft zo altijd bij ons.
Jij bent er hoe dan ook nooit niet.
Alleen met jou zijn wij com­pleet.
Er zit zoveel lief­de in ver­driet.
 
Alleen met jou zijn wij com­pleet.
Je bent er .. hoe dan ook .. nooit niet.
 
Schrijf­ster : Anne Marije Maris

Eens wordt het gras weer groen.….

Tus­sen de dra­den van de onbe­schrij­fe­lij­ke pijn
heeft zich ver­we­ven, lang­zaam
onop­ge­merkt haast in ‘t begin,
de vreug­de om wat is
en wat is geweest.
Het doet mij voe­len
‘t leven heeft weer zin.
 
Ik ben niet bang meer voor de dood,
niet bang te hech­ten aan het leven,
aan alles wat mij is gege­ven.
Ik weet dat zij eens weer zal komen
met alle pijn en het gemis,
maar nooit
zal kun­nen nemen,
de her­in­ne­ring aan elk moment
dat mij nu dier­baar is.
 
 
Een lot­ge­no­te

Gedoof­de licht­jes

Wie heeft de licht­jes van de boom gedoofd?
Wie heeft de bal­len weg­ge­haald?
Wie heeft met niets ont­zien­de nuch­ter­heid,
het einde van de roman­tiek bepaald?
 
Wie heeft de kerst­stal inge­pakt;
de uit­ge­bloei­de kerst­ster weg­ge­daan?
Was ik dat zelf?
Waar­om liet ik de licht­jes nog niet even aan?
 
Wie heeft de licht­jes in mijn blik gedoofd?
Dat was ik niet, dat deed het leven!
Maar in de duis­ter­nis bleef één kaars staan;
zo werd mij per ver­gis­sing toch een licht gege­ven.
 
Ik leg mijn hand bescher­mend om de vlam,
zodat de vries­kou van de een­zaam­heid hem niet zal doven.
Het is de vlam van hopen op de zon,
waar­in ik, dwa­lend in de nacht, toch blijf gelo­ven.
 
 
Schrij­ver onbe­kend
 

UITGEZWAAID

We zwaai­en men­sen uit
ons leven
zon­der het voor­af te weten.

“Was gezel­lig”,
“Zie je gauw”,
“Wel­te­rus­ten”,
“Ik hou van jou”.

En wat voel­de als een komma
blijkt uit­ein­de­lijk een punt.

We zwaai­en uit
zon­der te weten;
omdat je soms
niet weten kunt.

 

Merel Morre

JIJ.….…

 

Ik kan jou

Niet meer aan­ra­ken

En toch

Raak jij mij

Voort­du­rend.

 

Ange­la Kos­ter

Gedach­te­nis

Ze zeg­gen zoveel.….
dat het went,
dat de tijd een helen­de man­tel is.
 
Zoveel.….
dat het over­gaat als griep,
ver­vaagt in het stof van de dagen.
 
Maar het blijft han­gen als mist op mijn haar.
Ik over­win­ter in ver­driet,
om hoe het was, had kun­nen zijn.
 
Jij bloeit lie­ver dan ooit voor­dien,
met nog zach­te­re kleu­ren van het leven.
 
Jou te ver­lie­zen went nooit.
 
 
Mark Naes­sens
 

Elk ding.….

Elk ding is meer dan een ding,

voor wie bemint.

Mijn hand ging

over stoe­len en tafels

en ze bewo­gen van lief­de.

O, wij hiel­den alle­maal van jou.

Her­man de Conin­ck

  • Je hebt van die dagen …

    Hans Kuy­per

    Je hebt van die dagen …

    Dan ben je er niet,

    En dan moet ik iets doen

    Met dat stil­le ver­driet

    Dan pak ik de verf­doos

    En ste­vig papier,

    Dan maak ik je zelf wel,

    Ik verf je naar hier …

    Pen­seel in het water,

    Pen­seel in de doos ….

    Hoe moet ik ver­der?

    Ik weet al een poos,

    Ik weet al nog voor ik

    Met ver­ven begin:

    Het blauw van je ogen …

    Het zit er niet in.