Dona­teurs

Wordt dona­teur van Boek & Troost

De vrij­wil­li­gers van Stich­ting Boek en Troost bie­den een vei­li­ge en warme omge­ving bij het orga­ni­se­ren van acti­vi­tei­ten voor men­sen die een groot ver­lies heb­ben gele­den. Een omge­ving waar­in men­sen hun ver­haal kwijt kun­nen, lot­ge­no­ten kun­nen ont­moe­ten en naar we hopen troost vin­den.

Om al onze acti­vi­tei­ten te orga­ni­se­ren heb­ben we rela­tief grote uit­ga­ven, waar­voor de vaste bij­dra­ge van de deel­ne­mers niet toe­rei­kend is. Extra finan­ci­ën zijn onont­beer­lijk en altijd wel­kom. Wij nodi­gen je uit om dona­teur te wor­den van Stich­ting Boek en Troost. 

Na aan­mel­ding ont­vang je op je e‑mailadres infor­ma­tie over de wijze waar­op je je bij­dra­ge kunt over­ma­ken.

Inte­res­se of meer infor­ma­tie?

Heb je vra­gen over Boek en Troost of heb je meer infor­ma­tie nodig alvo­rens je een bij­dra­ge stort, bel ons dan op 06–17159295. Of stuur een mail, dan neemt onze pen­ning­mees­ter con­tact met je op. 

Wist je dat …

Dona­ties aan onze orga­ni­sa­tie aftrek­baar zijn van de belas­ting. Dat maakt het wel­licht aan­trek­ke­lij­ker om ons finan­ci­eel te steu­nen.

Meer infor­ma­tie hier­over kun je onder ande­re vin­den op de web­si­te van ANBI.

Een­ma­li­ge dona­tie doen?

Wil je ons een­ma­lig finan­ci­eel steu­nen, dan kan dat uiter­aard ook. Je bij­dra­ge kun je onder ver­mel­ding van je naam en ‘een­ma­li­ge bij­dra­ge’ naar reke­ning­num­mer NL21 INGB 0006345867.

Wij zijn blij met elke gift!

  • De laat­ste dagen van mijn broer­tje

    van Ted van Lies­hout

    Aan de rand­jes ging hij lang­zaam dood

    Ik zag het door de lakens heen en wilde vra­gen

    of hij pijn had, maar ik durf­de niet.

    Wat moest ik doen? Een leuk ver­haal ver­tel­len

    om hem op te beu­ren en zo ver­klap­pen

    wat hij had gemist? Hem troos­ten met het wereld­leed?

    Ik streel­de zijn wang en zweeg en wij keken

    een beet­je langs elkaar heen, bang

    voor onze ogen die we niet begrij­pen wil­den.

    Hij kreeg haar­tjes op zijn kin. Zon­der na te den­ken

    liet ik ze hem in een spie­gel zien.

    Hij zocht zich­zelf. Ik beef­de haast van spijt.

    Hij wilde geen bezoek meer. Wij waren gekwetst.

    Hij hield alvast maar wat min­der van ons.

    Dan viel het afscheid niet zo zwaar. Dat weet ik nu.

    De baard kwam niet meer af. Ik her­ken zijn stem nog

    soms, als ik lach. Dan luis­ter ik geschrok­ken,

    maar alleen in de stil­te is er iets voor­goed voor­bij.