Mijn erva­ring met het Rouw­ca­fé

In totaal heb ik nu 5x de bij­een­kom­sten op zon­dag bezocht. Ik heb er geen spijt van en nog steeds geeft het mij een goed gevoel als ik er ben en ook als ik weer weg ga. Je voelt je daar vrij om over je ver­driet te pra­ten omdat je onder lot­ge­no­ten bent. Er val­len wel tra­nen maar ook niet en er wordt ook nog wel gela­chen.

Nog steeds kijk ik uit naar de 3e zon­dag in de maand en uit erva­ring weet ik nu dat het gemis en ver­driet in de loop van de tijd niet écht min­der wordt dus blij­ven deze bij­een­kom­sten voor mij waar­de­vol.

De vrij­wil­li­gers van Boek en Troost zijn aan­we­zig en zor­gen dat alles goed ver­loopt maar zij geven de bezoe­kers de ruim­te voor hun ver­ha­len en blij­ven op de ach­ter­grond. Voor mij was de drem­pel om te komen niet hoog en als je de stap een­maal gezet hebt voelt het als een warm bad.

  • De laat­ste dagen van mijn broer­tje

    van Ted van Lieshout

    Aan de randjes ging hij langzaam dood

    Ik zag het door de lakens heen en wilde vragen

    of hij pijn had, maar ik durfde niet.

    Wat moest ik doen? Een leuk verhaal vertellen

    om hem op te beuren en zo verklappen

    wat hij had gemist? Hem troosten met het wereldleed?

    Ik streelde zijn wang en zweeg en wij keken

    een beetje langs elkaar heen, bang

    voor onze ogen die we niet begrijpen wilden.

    Hij kreeg haartjes op zijn kin. Zonder na te denken

    liet ik ze hem in een spiegel zien.

    Hij zocht zichzelf. Ik beefde haast van spijt.

    Hij wilde geen bezoek meer. Wij waren gekwetst.

    Hij hield alvast maar wat minder van ons.

    Dan viel het afscheid niet zo zwaar. Dat weet ik nu.

    De baard kwam niet meer af. Ik herken zijn stem nog

    soms, als ik lach. Dan luister ik geschrokken,

    maar alleen in de stilte is er iets voorgoed voorbij.