Steun aan het Rouw­ca­fé

Twee jaar gele­den over­leed mijn vrouw. Het was mid­den­in de Coro­na­tijd. De pre­di­kant die nauw bij de begra­fe­nis betrok­ken was, maak­te mij attent op Boek en Troost. Ze was zelf jaren vrij­wil­li­ger geweest bij Boek en Troost.

“Ga er eens kij­ken, mis­schien is het iets voor je”.

Een half jaar na het over­lij­den van mijn vrouw ging ik voor de eer­ste keer naar het Rouw­ca­fé. Eer­der was van­we­ge Coro­na alles stil komen te lig­gen.

Vanaf het eer­ste begin heb ik me bij het Rouw­ca­fé wel­kom gevoeld en inmid­dels ben ik een regel­ma­ti­ge bezoe­ker. De bij­een­kom­sten zijn heel laag­drem­pe­lig en dat komt natuur­lijk ook, omdat je alle­maal lot­ge­no­ten bent. Ik vind het fijn om met lot­ge­no­ten erva­rin­gen uit te wis­se­len. Je vindt steun bij elkaar en je kunt van elkaar leren. Je voelt je echt gehoord als je iets ver­telt. Dat is in de dage­lijk­se prak­tijk nog wel eens anders.

Door het ver­lies van iemand waar je ziels­veel van houdt, ver­lies je ook een stuk van jezelf. Hoe ga je ver­der en hoe krijg je alles weer op de rails? Bij het Rouw­ca­fé kun je daar goed over pra­ten. Nie­mand vindt iets gek en vaak heb­ben de ande­ren maar een half woord nodig om je te begrij­pen. We zit­ten alle­maal in het­zelf­de schuit­je. Rouw en rouw­ver­wer­king zijn inge­wik­keld en ook niet bij ieder­een het­zelf­de. Voor iemand die er niet mee te maken heeft (gehad) moei­lijk te begrij­pen.

Bij het Rouw­ca­fé leer je ook weer nieu­we men­sen ken­nen. Het twee­de deel van de bij­een­komst biedt daar­toe een goede gele­gen­heid. Bij een hapje en een drank­je wordt er heel wat afge­praat.

Ik zet het maan­de­lijk­se rouw­ca­fé voor­lo­pig nog maar in m’n agen­da.

  • De laat­ste dagen van mijn broer­tje

    van Ted van Lieshout

    Aan de randjes ging hij langzaam dood

    Ik zag het door de lakens heen en wilde vragen

    of hij pijn had, maar ik durfde niet.

    Wat moest ik doen? Een leuk verhaal vertellen

    om hem op te beuren en zo verklappen

    wat hij had gemist? Hem troosten met het wereldleed?

    Ik streelde zijn wang en zweeg en wij keken

    een beetje langs elkaar heen, bang

    voor onze ogen die we niet begrijpen wilden.

    Hij kreeg haartjes op zijn kin. Zonder na te denken

    liet ik ze hem in een spiegel zien.

    Hij zocht zichzelf. Ik beefde haast van spijt.

    Hij wilde geen bezoek meer. Wij waren gekwetst.

    Hij hield alvast maar wat minder van ons.

    Dan viel het afscheid niet zo zwaar. Dat weet ik nu.

    De baard kwam niet meer af. Ik herken zijn stem nog

    soms, als ik lach. Dan luister ik geschrokken,

    maar alleen in de stilte is er iets voorgoed voorbij.