De laat­ste dagen van mijn broer­tje

van Ted van Lies­hout

Aan de rand­jes ging hij lang­zaam dood

Ik zag het door de lakens heen en wilde vra­gen

of hij pijn had, maar ik durf­de niet.

Wat moest ik doen? Een leuk ver­haal ver­tel­len

om hem op te beu­ren en zo ver­klap­pen

wat hij had gemist? Hem troos­ten met het wereld­leed?

Ik streel­de zijn wang en zweeg en wij keken

een beet­je langs elkaar heen, bang

voor onze ogen die we niet begrij­pen wil­den.

Hij kreeg haar­tjes op zijn kin. Zon­der na te den­ken

liet ik ze hem in een spie­gel zien.

Hij zocht zich­zelf. Ik beef­de haast van spijt.

Hij wilde geen bezoek meer. Wij waren gekwetst.

Hij hield alvast maar wat min­der van ons.

Dan viel het afscheid niet zo zwaar. Dat weet ik nu.

De baard kwam niet meer af. Ik her­ken zijn stem nog

soms, als ik lach. Dan luis­ter ik geschrok­ken,

maar alleen in de stil­te is er iets voor­goed voor­bij.

  • Je hebt van die dagen …

    Hans Kuyper

    Je hebt van die dagen …

    Dan ben je er niet,

    En dan moet ik iets doen

    Met dat stille verdriet

    Dan pak ik de verfdoos

    En stevig papier,

    Dan maak ik je zelf wel,

    Ik verf je naar hier …

    Penseel in het water,

    Penseel in de doos ….

    Hoe moet ik verder?

    Ik weet al een poos,

    Ik weet al nog voor ik

    Met verven begin:

    Het blauw van je ogen …

    Het zit er niet in.