Alleen

 

Vorm van ver­driet
niet in brons gego­ten
niet met klei geboet­seerd
hui­len kan ze niet

ver­trok­ken zijn haar tra­nen
ogen geslo­ten, pijn
ver­lamd door het alleen zijn
gevoe­lens als smel­ten­de oce­a­nen

laat de rups ont­pop­pen
de vlin­der ont­staan
het mede­lij­den stop­pen

geef troost en moed
wil op de deur van de toe­komst klop­pen
waar moge­lijk nieuw leven broedt

 

Ton Hout­man

  • De laat­ste dagen van mijn broer­tje

    van Ted van Lieshout

    Aan de randjes ging hij langzaam dood

    Ik zag het door de lakens heen en wilde vragen

    of hij pijn had, maar ik durfde niet.

    Wat moest ik doen? Een leuk verhaal vertellen

    om hem op te beuren en zo verklappen

    wat hij had gemist? Hem troosten met het wereldleed?

    Ik streelde zijn wang en zweeg en wij keken

    een beetje langs elkaar heen, bang

    voor onze ogen die we niet begrijpen wilden.

    Hij kreeg haartjes op zijn kin. Zonder na te denken

    liet ik ze hem in een spiegel zien.

    Hij zocht zichzelf. Ik beefde haast van spijt.

    Hij wilde geen bezoek meer. Wij waren gekwetst.

    Hij hield alvast maar wat minder van ons.

    Dan viel het afscheid niet zo zwaar. Dat weet ik nu.

    De baard kwam niet meer af. Ik herken zijn stem nog

    soms, als ik lach. Dan luister ik geschrokken,

    maar alleen in de stilte is er iets voorgoed voorbij.