Gedoof­de licht­jes

Wie heeft de licht­jes van de boom gedoofd?
Wie heeft de bal­len weg­ge­haald?
Wie heeft met niets ont­zien­de nuch­ter­heid,
het einde van de roman­tiek bepaald?
 
Wie heeft de kerst­stal inge­pakt;
de uit­ge­bloei­de kerst­ster weg­ge­daan?
Was ik dat zelf?
Waar­om liet ik de licht­jes nog niet even aan?
 
Wie heeft de licht­jes in mijn blik gedoofd?
Dat was ik niet, dat deed het leven!
Maar in de duis­ter­nis bleef één kaars staan;
zo werd mij per ver­gis­sing toch een licht gege­ven.
 
Ik leg mijn hand bescher­mend om de vlam,
zodat de vries­kou van de een­zaam­heid hem niet zal doven.
Het is de vlam van hopen op de zon,
waar­in ik, dwa­lend in de nacht, toch blijf gelo­ven.
 
 
Schrij­ver onbe­kend
 
  • Afscheid nemen

    Is met zachte vingers

    wat voorbij is dichtdoen

    en verpakken

    in goede gedachten der herinnering.

    Is verwijlen

    bij een brok leven

    en stilstaan op de pieken

    van pijn en vreugde.

    Afscheid nemen

    is met dankbare handen

    weemoedig meedragen

    al wat waard is

    niet te vergeten …

    Is moeizaam

    de draden losmaken

    en uit het spinrag

    der belevenissen loskomen

    en achterlaten

    en niet kunnen vergeten …

    Dietrich Bonhoeffer