Gedoof­de licht­jes

Wie heeft de licht­jes van de boom gedoofd?
Wie heeft de bal­len weg­ge­haald?
Wie heeft met niets ont­zien­de nuch­ter­heid,
het einde van de roman­tiek bepaald?
 
Wie heeft de kerst­stal inge­pakt;
de uit­ge­bloei­de kerst­ster weg­ge­daan?
Was ik dat zelf?
Waar­om liet ik de licht­jes nog niet even aan?
 
Wie heeft de licht­jes in mijn blik gedoofd?
Dat was ik niet, dat deed het leven!
Maar in de duis­ter­nis bleef één kaars staan;
zo werd mij per ver­gis­sing toch een licht gege­ven.
 
Ik leg mijn hand bescher­mend om de vlam,
zodat de vries­kou van de een­zaam­heid hem niet zal doven.
Het is de vlam van hopen op de zon,
waar­in ik, dwa­lend in de nacht, toch blijf gelo­ven.
 
 
Schrij­ver onbe­kend
 
  • Je hebt van die dagen …

    Hans Kuyper

    Je hebt van die dagen …

    Dan ben je er niet,

    En dan moet ik iets doen

    Met dat stille verdriet

    Dan pak ik de verfdoos

    En stevig papier,

    Dan maak ik je zelf wel,

    Ik verf je naar hier …

    Penseel in het water,

    Penseel in de doos ….

    Hoe moet ik verder?

    Ik weet al een poos,

    Ik weet al nog voor ik

    Met verven begin:

    Het blauw van je ogen …

    Het zit er niet in.