OVERAL EN NERGENS

Ik ruik je in de linde,
ik ruik je in de rozen,
ik ruik je in de kamil­le,
in jas­mijn en in fram­bo­zen.
Ik ruik je in het flui­ten­kruid
en in de beren­klauw.
Over­al en ner­gens ruik ik jou.
 
Ik proef je in de prui­men,
ik proef je in de bes­sen.
Ik proef je in de bron
als ik mijn dorst pro­beer te les­sen.
Ik proef je in de drui­ven,
ik proef je in de dauw.
Over­al en ner­gens proef ik jou.
 
Ik hoor je in de bran­ding.
Ik hoor je in de meeu­wen.
Ik hoor je in hun vleu­gel­slag,
ik hoor je als ze schreeu­wen.
Ik hoor je in de leeu­we­rik,
de merel en de kauw.
Over­al en ner­gens hoor ik jou.
 
Ik voel je in de hagel,
ik voel je in de regen.
Ik voel je in het bries­je
dat de blaad­jes laat bewe­gen.
Ik voel je in de warm­te,
ik voel je in de kou.
Over­al en ner­gens voel ik jou.
 
Ik zie je in de beken,
ik zie je in de ste­nen.
Ik zie je in een berg
die door het maan­licht wordt besche­nen.
Ik zie je in de hemel,
in het grijs en in het blauw,
Over­al en ner­gens zie ik jou
 
 
 
Bette Wes­t­ra
 
  • Afscheid nemen

    Is met zachte vingers

    wat voorbij is dichtdoen

    en verpakken

    in goede gedachten der herinnering.

    Is verwijlen

    bij een brok leven

    en stilstaan op de pieken

    van pijn en vreugde.

    Afscheid nemen

    is met dankbare handen

    weemoedig meedragen

    al wat waard is

    niet te vergeten …

    Is moeizaam

    de draden losmaken

    en uit het spinrag

    der belevenissen loskomen

    en achterlaten

    en niet kunnen vergeten …

    Dietrich Bonhoeffer