Rou­wen en mis­sen

 
Bij de logo­pe­dist las ik: “Slaap je niet dan lig je toch”.
Het was een gedicht van een schrij­ver die wel een mil­joen
rouw­vlieg­jes in haar buik droeg.
 
In taal komt de dood soms op kou­sen­voe­ten,
dan weer stom­me­lend van de trap.
Ik wilde hem op heter­daad betrap­pen, hem dicht­klap­pen zoals een boek,
om het later weer open te slaan.
 
Later wil zeg­gen dat als ik groot ben, fer­mer mis­schien,
als ik heb geleerd dat gemis fami­lie is en geluk een goede vriend die je graag ziet,
maar wegens tijd­ge­brek meest­al mis loopt.
 
Ik ging van het gedicht hou­den en mijn spraak vor­der­de,
al ver­slik­te ik me soms in een woord, waar­op de logo­pe­dist zei:
“je bent te gul­zig, je schranst, als je zo door­gaat komen je dar­men in de knoop”.
 
En: rouw je niet dan mis je toch!
 
 
  • van Wil­lem Mun­ters

    vandaag is het stil

    het werd licht

    zoals gisteren

    alsof het niets is

    vandaag is het stil

    vandaag ontmoeten

    toen en nu

    elkaar weer

    vandaag is het stil

    om te overdenken wat je

    niet meer zeggen kan

    ruimte om herinneringen

    voor het grijpen op te bergen

    vandaag is het stil

    droevig en mooi tegelijk

    vandaag kan ook

    een traan

    een beetje lachen

    een klein beetje

    jawel

    weet je nog van toen