Rou­wen en mis­sen

 
Bij de logo­pe­dist las ik: “Slaap je niet dan lig je toch”.
Het was een gedicht van een schrij­ver die wel een mil­joen
rouw­vlieg­jes in haar buik droeg.
 
In taal komt de dood soms op kou­sen­voe­ten,
dan weer stom­me­lend van de trap.
Ik wilde hem op heter­daad betrap­pen, hem dicht­klap­pen zoals een boek,
om het later weer open te slaan.
 
Later wil zeg­gen dat als ik groot ben, fer­mer mis­schien,
als ik heb geleerd dat gemis fami­lie is en geluk een goede vriend die je graag ziet,
maar wegens tijd­ge­brek meest­al mis loopt.
 
Ik ging van het gedicht hou­den en mijn spraak vor­der­de,
al ver­slik­te ik me soms in een woord, waar­op de logo­pe­dist zei:
“je bent te gul­zig, je schranst, als je zo door­gaat komen je dar­men in de knoop”.
 
En: rouw je niet dan mis je toch!
 
 
  • Afscheid nemen

    Is met zachte vingers

    wat voorbij is dichtdoen

    en verpakken

    in goede gedachten der herinnering.

    Is verwijlen

    bij een brok leven

    en stilstaan op de pieken

    van pijn en vreugde.

    Afscheid nemen

    is met dankbare handen

    weemoedig meedragen

    al wat waard is

    niet te vergeten …

    Is moeizaam

    de draden losmaken

    en uit het spinrag

    der belevenissen loskomen

    en achterlaten

    en niet kunnen vergeten …

    Dietrich Bonhoeffer