Win­ter­stil­te

 
De grond is wit, de nevel wit,
De wol­ken, waar nog sneeuw in zit,
Zijn wit, dat zacht ver­grij­zelt
Het fijn­ge­takt geboom­te zit
Met wit­ten rijp beij­zeld.
 
De wind houdt zich behoed­zaam stil,
Dat niet het min­ste tak­ge­tril
‘t Kris­tal­len kunst­werk breke,
De klank zelfs van mijn schre­den wil
Zich in de sneeuw ver­ste­ken.
 
De grond is wit, de nevel wit,
Wat zwij­gend toover­land is dit?
Wat hemel loop ik onder?
Ik vouw de han­den en aan­bid
Dit groot­sche, stil­le won­der.
 
 
Jac­que­li­ne E. van der Waals  (2001)
 
 
  • Afscheid nemen

    Is met zachte vingers

    wat voorbij is dichtdoen

    en verpakken

    in goede gedachten der herinnering.

    Is verwijlen

    bij een brok leven

    en stilstaan op de pieken

    van pijn en vreugde.

    Afscheid nemen

    is met dankbare handen

    weemoedig meedragen

    al wat waard is

    niet te vergeten …

    Is moeizaam

    de draden losmaken

    en uit het spinrag

    der belevenissen loskomen

    en achterlaten

    en niet kunnen vergeten …

    Dietrich Bonhoeffer