Nieuws

Volg het laat­ste nieuws van Boek & Troost
verlies, broer, tijd

Ommouw me

Gedich­ten & por­tret­ten van kle­ding en schoei­sel. Jij bent de ziel van je kle­ren Auteur: Ted van Lies­hout Ommouw me is…

Lees ver­der
verlies, broer, tijd

Ommouw me

Gedich­ten & por­tret­ten van kle­ding en schoei­sel. Jij bent de ziel van je kle­ren Auteur: Ted van Lies­hout Ommouw me is…

Lees ver­der
verlies, broer, tijd

Ommouw me

Gedich­ten & por­tret­ten van kle­ding en schoei­sel. Jij bent de ziel van je kle­ren Auteur: Ted van Lies­hout Ommouw me is…

Lees ver­der
  • Er moe­ten men­sen zijn

    van Toon Her­mans

    Er moe­ten men­sen zijn
    die zon­nen aan­ste­ken,
    voor­dat de wereld ver­re­gent.

    Men­sen die zomer­vlie­gers opla­ten
    als het ijzig win­tert,
    en die con­fet­ti strooi­en
    tus­sen de sneeuw­vlok­ken.

    Die men­sen moe­ten er zijn.

    Er moe­ten men­sen zijn
    die aan de uit­gang van het kerk­hof
    ijs­jes ver­ko­pen,
    en op de puin­ho­pen
    mond­har­mo­ni­ca spe­len.

    Er moe­ten men­sen zijn,
    die op hun stoe­len gaan staan,
    om ster­ren op te han­gen
    in de mist.
    Die lente maken
    van geval­len bla­de­ren,
    en van geval­len scha­duw,
    licht.

    Er moe­ten men­sen zijn,
    die ons ver­war­men
    en die in een wol­ke­lo­ze hemel
    toch in de wol­ken zijn
    zo hoog
    ze sprin­gen touw­tje
    langs de regen­boog
    als iemand heeft gezegd:
    kom maar in mijn armen

    Bij dat soort men­sen wil ik horen
    Die op het tuin­feest in de regen BLIJVEN dan­sen
    ook als de muzi­kan­ten al naar huis zijn gegaan

    Er moe­ten men­sen zijn
    die op het grij­ze asfalt
    in grote witte let­ters
    LIEFDE ver­ven
    Men­sen die namen ker­ven
    in een boom
    vol rijpe vruch­ten
    omdat er zoveel ande­ren zijn
    die voor de vlin­ders vluch­ten
    en ste­nen gooi­en
    naar het eer­ste len­te­blauw
    omdat ze bang zijn
    voor de bloe­men
    en bang zijn voor:
    ik hou van jou

    Ja,
    er moe­ten men­sen zijn
    met tra­nen
    als zil­ve­ren kra­len
    die stra­len in het don­ker
    en de mor­gen groe­ten
    als het dag­licht bin­nen­komt
    op kou­sen­voe­ten

    Weet je,
    er moe­ten men­sen zijn,
    die bel­len bla­zen
    en weten van geen tijd
    die zich kin­der­lijk ver­ba­zen
    over iets wat barst
    van mooi­ig­heid
    Ze roe­pen van de daken
    dat er lief­de is
    en won­der
    als al die ande­ren schreeu­wen:
    alles heeft geen zin
    dan blij­ven zij roe­pen:
    neen, de wereld gaat niet onder
    en zij zien in ieder einde
    weer een nieuw begin
    Zij zijn een beet­je clown,
    eerst het hart
    en dan het ver­stand
    en ze schrij­ven met hun para­plu
    i love you in het zand
    omdat ze zo gigan­tisch
    in het leven opgaan
    en val­len
    en val­len
    en val­len
    en OPSTAAN

    Bij dát soort men­sen wil ik horen
    die op het tuin­feest in de regen BLIJVEN dan­sen
    ook als de muzi­kan­ten al naar huis zijn gegaan
    de muziek gaat DOOR
    de muziek gaat DOOR
    en DOOR