Rouw­ca­fé 21 juni 2026 – Vader­dag, ver­slag

Met zeven bezoe­kers spra­ken we over de bete­ke­nis die Vader­dag voor ons heeft en vroe­ger had. We deel­den onze erva­rin­gen met en gevoe­lens over dit onder­werp.

Het gesprek ging deze keer voor­al over onze eigen vaders, die geen van allen meer bij ons zijn. Ieder van ons heeft erva­ren hoe de kijk op hem in de loop van de jaren ver­an­der­de. Een enke­ling is terug­kij­kend kri­tisch over beslis­sin­gen die zijn vader in het ver­le­den had geno­men. Hier­in klonk rouw door over dat wat werd gemist in de rela­tie.

Ande­ren heb­ben gemerkt dat hun kijk op hun vader mil­der is gewor­den. Er is meer begrip voor de keu­zes van des­tijds, de onvol­ko­men­he­den en voor de goede inten­ties die bedoeld wer­den; en begrip voor het feit dat deze vaders ook kin­de­ren van hun tijd waren.

We slo­ten af met de vraag hoe déze Vader­dag voor ieder was. We waren het met elkaar eens, dat voor­al de erken­ning en waar­de­ring telt en dat die gevoeld kan wor­den in klei­ne geba­ren en momen­ten.

  • Je hebt van die dagen …

    Hans Kuyper

    Je hebt van die dagen …

    Dan ben je er niet,

    En dan moet ik iets doen

    Met dat stille verdriet

    Dan pak ik de verfdoos

    En stevig papier,

    Dan maak ik je zelf wel,

    Ik verf je naar hier …

    Penseel in het water,

    Penseel in de doos ….

    Hoe moet ik verder?

    Ik weet al een poos,

    Ik weet al nog voor ik

    Met verven begin:

    Het blauw van je ogen …

    Het zit er niet in.