Vrij­wil­li­gers

Kun jij luis­te­ren – ook als er niets gezegd wordt of kan wor­den?

De vrij­wil­li­gers van Boek en Troost weten wat rouw bete­kent. Een dier­ba­re mis­sen is een groot ver­driet, ‘een ding met ste­kels’. Durf jij dicht­bij te komen? Boek en Troost orga­ni­seert acti­vi­tei­ten waar­bij lot­ge­no­ten elkaar ont­moe­ten en kun­nen onder­steu­nen. Als vrij­wil­li­ger ben je onder­deel van dit gebeu­ren.

Boek en Troost is op zoek naar vrij­wil­li­gers:

Het ver­lies van een dier­ba­re raakt zo diep dat je nooit weer dezelf­de per­soon wordt als voor­heen. Het is zo fijn je erva­rin­gen met ande­ren te delen, elkaar te kun­nen steu­nen, mee te dra­gen en the­ma­tisch het gesprek hier­over aan te gaan. Door als vrij­wil­li­ger met gelijk­ge­stem­den in gesprek te gaan help je ande­ren, maar ook jezelf.

Alle acti­vi­tei­ten wor­den geor­ga­ni­seerd door de vrij­wil­li­gers.  Hier­toe zijn diver­se werk­groe­pen samen­ge­steld. Vind je het leuk om te orga­ni­se­ren dan kun je deel­ne­men aan een van de werk­groe­pen. 

Wat doe je als vrij­wil­li­ger bij Boek en Troost?
  • het ont­van­gen van bezoe­kers tij­dens de acti­vi­tei­ten
  • het bie­den van een luis­te­rend oor
  • mee­den­ken met invul­ling van acti­vi­tei­ten
Wat vra­gen we van je?
  • affiniteit/ervaring met rouw en rouw­ver­wer­king
  • samen­wer­kings­kwa­li­tei­ten
  • onder­steu­ning van de doel­stel­ling van Boek en Troost
Wat bie­den wij?
  • Een ken­nis­ma­kings­ge­sprek
  • Wer­ken in een enthou­si­as­te orga­ni­sa­tie met veel ruim­te voor eigen ini­ti­a­tief
  • Regel­ma­tig con­tact met col­le­ga vrij­wil­li­gers tij­dens geza­men­lij­ke bij­een­kom­sten
  • Gra­tis deel­na­me aan de lezin­gen van Boek en Troost
Inte­res­se of meer infor­ma­tie?

Mail ons of bel 06–17159295.

  • De laat­ste dagen van mijn broer­tje

    van Ted van Lies­hout

    Aan de rand­jes ging hij lang­zaam dood

    Ik zag het door de lakens heen en wilde vra­gen

    of hij pijn had, maar ik durf­de niet.

    Wat moest ik doen? Een leuk ver­haal ver­tel­len

    om hem op te beu­ren en zo ver­klap­pen

    wat hij had gemist? Hem troos­ten met het wereld­leed?

    Ik streel­de zijn wang en zweeg en wij keken

    een beet­je langs elkaar heen, bang

    voor onze ogen die we niet begrij­pen wil­den.

    Hij kreeg haar­tjes op zijn kin. Zon­der na te den­ken

    liet ik ze hem in een spie­gel zien.

    Hij zocht zich­zelf. Ik beef­de haast van spijt.

    Hij wilde geen bezoek meer. Wij waren gekwetst.

    Hij hield alvast maar wat min­der van ons.

    Dan viel het afscheid niet zo zwaar. Dat weet ik nu.

    De baard kwam niet meer af. Ik her­ken zijn stem nog

    soms, als ik lach. Dan luis­ter ik geschrok­ken,

    maar alleen in de stil­te is er iets voor­goed voor­bij.